|
plannaam
|
korte beschrijving
|
maakt LOS dit?
|
|
Archeologienota
|
Een archeologienota verschaft gemeenten een beleidskader over hoe om te gaan met de bekende en te verwachten archeologische waarden op hun grondgebied. De basis voor het hebben van een archeologienota vloeit voort uit de ‘’Wet op de archeologische monumentenzorg’’. Sinds de invoering van het Verdrag van Malta is er voor gemeenten veel veranderd. Zij krijgen een grote verantwoordelijkheid voor het beheer en behoud van het archeologisch erfgoed en zij moeten archeologie voortaan expliciet meewegen in ruimtelijke plannen.
|
-
|
|
Bedrijventerreinenvisie
|
Over het algemeen een functionele, sectorale visie maar soms ook integraler. Over een gebied (bijvoorbeeld van een gemeente) wordt bepaald welk type bedrijventerrein waar komt, welke geherstructureerd moeten worden en welke een andere functie (meestal wonen) kunnen krijgen
|
x (bij integrale vragen)
|
|
Beeldkwaliteitsplan
|
Veelvormige planvorm. Regelt de gewenste beeldkwaliteit op het moment van de overdracht wanneer de stedenbouwkundige fase eindigt en de (landschaps)architectonische begint. Kenmerkend in deze planvorm is dat de beeldkwaliteit indirect, dus via de architect, geregeld moet worden.
|
x
|
|
Beeldkwaliteitsplan openbare ruimte
|
Een plan dat gericht is op consistente inrichting van de openbare ruimte. Het stuurt langere tijd op inrichtingsplannen voor de openbare ruimte binnen een bepaald gebied. Het kan inspirerende onderdelen bevatten en kaderstellende.
|
x
|
|
Beplantingsplan 1
|
Meestal is dit een apart herkenbaar deelplan van een inrichtingsplan voor de openbare ruimte of voor een terrein. Het gaat over de beplantingssoorten die worden toegepast, de gebruikte maat en bijkomende zaken als boombeschermingen, bodembewerking etc,
|
x
|
|
Beplantingsplan 2
|
Dit begrip wordt ook gebruikt voor een volledig inrichtingsplan. Dit speelt vooral als het inrichtingsplan alleen maar uit groene onderdelen bestaat, bijvoorbeeld de beplanting langs een al geprojecteerde weg of in een tuin en park waar de paden al vastliggen.
|
x
|
|
Bermenplan
|
Dit is een beheerplan waarin wordt aangegeven hoe de bermen beheerd zullen worden. (frequentie van maaien, wel of niet afvoeren)
|
-
|
|
Bestemmingsplan
|
Een bestemmingsplan bevat normaal gesproken een inhoudelijk deel en een juridisch deel. Het inhoudelijke deel komt in de toelichting bij het plan, met een eigen plankaart, en het juridische deel komt in de voorschriften, ook met een eigen plankaart. De inhoudelijk/maatschappelijke discussie gaat bijna altijd over het eerste deel maar bindende rechten hangen vooral aan het tweede deel. Bij een vraag om een bestemingsplan is het handig te weten of het gaat om het eerste, het tweede, of alletwee de delen
|
x (het inhoudelijke deel)
|
|
Bezonningsstudie
|
Een deelonderzoek bij een massastudie. Anders dan de naam doet vermoeden gaat het meestal om de schaduwwerking van gebouwen, en de last die anderen van die schaduw kunnen hebben.
|
x
|
|
Bomenplan
|
Meestal wordt hiermee een beheerplan voor bomen bedoeld: is er omvorming nodig, welk beheer is gewenst. Maar dit plan kan ook wat ruimer opgevat worden als een landschapsplan voor bomen.
|
x
|
|
Centrumplan
|
Dit is een complexe planvorm, gericht op (her)ontwikkeling van centrumgebieden. Een breed scala van aspecten komt aan de orde: financien, verkeer (circulatie, parkeren, laden lossen), winkelen, recreatie, architectuur, cultuurhistorie, wonen, groen en water. En uiteindelijk gaat het in dit plan om de integratie in een totaalbeeld. Een komplan behandeld in aanleg een gebied dat breder is dan het centrum, maar in de praktijk lijkt het veel op een centrumplan.Een centrumvisie is meestal de voorfase van een centrumplan.
|
x
|
|
Centrumvisie
|
Een complexe planvorm waarin de mogelijkheden van herontwikkeling van centrumgebieden wordt onderzocht. Het onderscheid met centrumplan is niet scherp, de problematiek is ook gelijk, maar het accentverschil: ' onderzoek naar wat mogelijk is' ten opzichte van 'gericht op herontwikkeling' is toch belangrijk.
|
x
|
|
Conceptontwikkeling
|
Een wervende planvorm waarin een samenhangend functioneel idee wordt neergelegd. Meestal haakt dat idee aan bij de bestaande functionele en ruimtelijke kenmerken maar het bevat eigenlijk altijd ook nieuwe specifieke functionele voorstellen
|
x (samen met conceptontwikkelaar)
|
|
Cultuurhistorisch onderzoek
|
Een breed begrip dat meestal nader inhoudelijk gespecificeerd is. Het is gericht op het verkrijgen van kennis en inzicht. De veranderingsvraag moet meestal nog vastgesteld worden, en daarin verschilt dit dan ook van een Cher
|
x (historisch-geografische vragen)
|
|
Cultuurhistorische effectrapportage (CHER of Cher)
|
Dit is een onderzoek waarin cultuurhistorische kenmerken worden beschreven en gewaardeerd, over het algemeen tegen de achtergrond van een ruimtelijke veranderingsvraag. De meeste Cher's worden vroeg in een planproces gemaakt zodat ze de te maken keuzes kunnen beinvloeden.
|
x (historisch-geografische vragen
|
|
Definitief ontwerp
|
In de civiele vakwereld is dit een fase van het inrichtingsplan dat de basis is voor de besteksvoorbereiding en bestekken. Het is dus op maat en materialen zijn in hoofdlijnen bepaald. Het plan komt na het schetsontwerp. Het gebruik van deze twee begrippen in de RO-wereld schept vaak verwarring. Ook daar zijn het fases in bijvoorbeeld een stedenbouwkundig plan maar zonder harde vormeisen.
|
x
|
|
Dichthedenstudie
|
Een onderzoek naar het gewenste aantal wooneenheden in een gebied. Meestal een fase in een gebiedsontwikkelingsproces
|
x
|
|
Dijkverbeteringsplan
|
Een inrichtingsplan voor een nieuwe dijk die een oude vervangt.
|
x
|
|
Distributie Planologisch Onderzoek (DPO)
|
Een functioneel onderzoek dat over de winkelvoorzieningen gaat. Hoe lopen de koopstromen in een gebied hoeveel winkeloppervlak van welk type is er. Het is een overblijfsel uit de periode van de geleide economie en wordt ook nu nog veel gebruikt om concurrentieposities tussen winkelvoorzieningen te sturen.
|
-
|
|
Dorpsontwikkelingsplan (DOP)
|
Een dorpsontwikkelingsplan is een integraal ontwikkelingsplan, waarbij alle aspecten van de leefbaarheid in een dorp worden meegenomen. Een dorpsontwikkelingsplan is een integrale toekomstvisie en een set concrete maatregelen om de doelen uit de visie te behalen. Meestal wordt een DOP opgesteld in samenwerking tussen gemeente, bewoners en diverse maatschappelijke organisaties.
|
x
|
|
Dorpsplan
|
Een toekomstvisie voor en door het dorp. Het plan wordt doorgaans getrokken en gecoördineerd vanuit (een werkgroep van) de dorpsbelangenorganisatie.
|
x
|
|
Dorpsvisie:
|
Een dorpsvisie is een samenhangende toekomstvisie voor het dorp. Het is enerzijds een instrument van de gemeente om gewenste en onhaalbare projecten te onderscheiden. Tegelijk is het een houvast voor plaatselijke belangenverenigingen om adequaat te reageren op plannen van de gemeente.
|
x
|
|
Dorpsomgevingsplan:
|
Een (veelal) ruimtelijk ontwikkelingsplan door het dorp en haar omgeving. Het is meestal een ontwerpvisie, waarbij de opvattingen van bewoners worden opgetekend.
|
x
|
|
Dorpsomgevingsprogramma:
|
Een instrument om reconstructiedoelen te relateren aan de door de bewoners gewenste verbeteringen voor het dorp. De relatie dorp – platteland, die zich o.a. uit in groenontwikkeling, stankproblematiek en economie, speelt een grote rol in het programma, alsmede de uitvoerbaarheid ervan.
|
x
|
|
Economische beleidsvisie
|
Meestal richt een economische beleidsvisie zich volledig op de functie werken en beleidsmaatregelen die daarin genomen kunnen worden
|
-
|
|
Fietspadenplan
|
Er zijn behalve fietspadenplannen ook wandelpadenplannen, met het 'ommetje' als nieuw fenomeen, ruiterpadenplannen etc. Vooral de ruiters zijn sterk in opkomst. In alle gevallen gaat het om een combinatie van inrichtingsmaatregelen, routeontwerp, en pr
|
x
|
|
Gebiedsvisie
|
Een breed begrip dat meestal gebruikt wordt voor een plan waarin een nieuwe functioneel ruimtelijke situatie in een begrenst gebied moet worden gevonden. De meeste gebiedsvisies hebben vanaf het begin een bepaalde kleur: wonen, bedrijven, natuur etc.maar het programma is meestal alleen globaal bepaald. Je zou het ook een structuurvisie (in de oude betekenis) voor een gebied kunnen noemen
|
x
|
|
Gemeentelijk Verkeers en Vervoersplan (GVVP)
|
Een functioneel en sectoraal beleidsplan gericht op verkeer en vervoer in een gemeente.
|
-
|
|
Gemeentelijk waterplan
|
Een functioneel en sectoraal beleidsplan gericht op water in een gemeente.Vaak resulteert dit plan in vrij omvangrijke ruimteclaims voor water. Daarnaast gaat het over verbeteringen in de waterhuishouding en waterkwaliteit.
|
-
|
|
Gemeentelijke structuurvisie (oude situatie)
|
Onder de WRO tot 2008 is dit een plan waarin een gemeente aangeeft welke functioneel/ruimtelijke ontwikkelingen zij op haar grondgebied wenst. Er wordt een breed pallet van sectoren en aspecten opgenomen.
|
x
|
|
Gevelbeleidsplan
|
Een specifiek plan dat wel wordt ingezet in binnensteden, en vooral winkelstraten, om te sturen op het beeld van winkelgevels en reclameuitingen. Vaak loopt dit samen op met een herinrichtingsplan voor de openbare ruimte.
|
x
|
|
Groenbeheerplan
|
Een plan waarin onderhoudsdoelstellingen, onderhoudsniveaus en uitvoering van de organisatie daarvan voor het groen wordt geregeld. Vaak zitten er ook onderdelen van een groenbeleidsplan in deze planvorm, bijvoorbeeld over het afstoten van snippergroen, maar er is toch altijd wel een onderscheid tussen beide
|
-
|
|
Groenbeleidsplan
|
Meestal een algemeen plan over het groen in de stedelijke omgeving, omvormingen, nieuwe groengebieden gebieden, organisatorische veranderingen, financiering, sturing op beheer etc. kunnen allemaal deel zijn van het plan. Zit dicht bij groenstructuurplan
|
x
|
|
Groenstructuurplan
|
Vergelijkbaar met groenbeleidsplan. Is wellicht vaak wat ruimtelijker en minder organisatorisch en financieel
|
x
|
|
Herinrichtingsplan
|
Gaat over het algemeen over een vernieuwde aanleg van de openbare ruimte. Komt veel voor in oudere stedelijke gebieden.
|
x
|
|
herontwikkelingsplan
|
Een stedenbouwkundig plan op bestaand bebouwd gebied.
|
x
|
|
herontwikkelingsvisie
|
Onderzoekt de transformatiemogelijkheden van een gebied. Kan zowel in het stedelijk als landelijk gebied zijn, maar het gaat niet om de transformatie van land naar stad.
|
x
|
|
herstructureringssplan
|
Algemeen begrip. In de ruimtelijke context gaat het meestal over ingrijpende verschuivingen in het grondgebuik van bestaand stedelijk gebied. Specifiek kenmerk is dat niet alleen de nieuwe gewenste ruimtelijk/functionele situatie wordt beschreven maar ook het proces om dat te organiseren.
|
x
|
|
Inbreidingsplan
|
Een stedenbouwkundig plan in bestaand stedelijk gebied. Meestal heeft het betrekking op het bebouwen van een nog niet bebouwde plek. Het bouwen op een al bebouwde plek wordt meestal een herontwikkelingsplan genoemd
|
x
|
|
Inrichtingsplan 1
|
Plan voor de wijze waarop de openbare ruimte moet worden aangelegd. Bevat een schetsontwerp, een definitief ontwerp, uitvoeringsvoorbereiding en bestek
|
x
|
|
Inrichtingsplan 2
|
Algemene term voor stedenbouwkundige plannen en landschapsplannen
|
x
|
|
Komplan
|
Zie centrumplan
|
x
|
|
Landschapsbeleidsplan
|
Verouderde term. Voorloper van het landschapsontwikkelingsplan, wellicht ook wat minder ontwikkelingsgericht
|
-
|
|
Landschapsontwikkelingsplan (LOP)
|
Gesubsidieerde en redelijk vast omschreven planvorm die de gewenste ontwikkeling van het landschap in een bepaald gebied (gemeentelijk of intergemeentelijk) aangeeft.
|
x
|
|
Landschapsplan
|
Geeft een concreet beeld van de gewenste ruimtelijke situatie in een bepaald gebied. Het is de groene tegenhanger van het stedenbouwkundige plan. Vaak komt ook een combinatie van een landschapsplan en een stedebouwkundig plan voor. Het plan bestaat meestal uit een beeld (de schets) en een toelichting
|
x
|
|
Landschapsvisie
|
Geeft een globaal beeld van de gewenste ruimtelijke ontwikkelingsrichting van een gebied met groene functies. Het is de tegenhanger van een stedebouwkundige visie. Een combinatie van een landschapsvisie en een stedenbouwkundige visie wordt meestal een gebiedsvisie genoemd
|
x
|
|
Leefbaarheidsplan
|
In eerste instantie een sociaal/maatschappelijk plan met voorstellen voor verbetering van de leefbaarheid
|
-
|
|
Lichtplan
|
Geeft aan op welke wijze een concrete situatie verlicht moet worden. Het gaat dus niet alleen over armaturen en lichtkleur maar ook over het lichtbeeld. Meestal een specifieke toevoeging aan een inrichtingsplan voor de openbare ruimte
|
x
|
|
Lichtstructuurplan
|
Geeft een samenhangend beeld van het gewenste lichtbeeld in een groter gebied. Stuurt daarmee over langere tijd de verlichtingskeuzes in projecten.
|
x
|
|
Massastudie
|
Een plan waarin onderzocht wordt welke bouwvolume op een inbreidingslocatie of herontwikkelingslocatie (meestal) wenselijk en mogelijk is
|
x
|
|
Masterplan
|
Specifieke planvorm die gebruikt wordt om andere plannen aan te sturen. Dit speelt vooral als een concrete ontwikkeling over langere tijd wordt uitgespreid, en er dus deelplannen zullen komen. Speelt ook als er heel verschillende plantypes parallel aangestuurd moeten worden
|
x
|
|
Milieu effect rapportage (m.e.r.)
|
Beschrijft en waardeert de milieueffecten van een ruimtelijk ontwikkeling. Meestal worden varianten geeist.
|
-
|
|
Natuurtoets
|
wat zijn de effecten van een plan op natuur, Wat moet nader onderzocht worden, wat zijn migelijke mitigende maatregelen, welke compensatie is nodig
|
|
|
Ontwikkelingsplan
|
Algemeen begrip voor een ruimtelijk plan op wat hoger schaalniveau met als bijzonderheid dat daadwerkelijke verandering/ontwikkeling het centrale doel is.
|
x (mits belangrijke ruimtelijke component)
|
|
Ontwikkelingsvisie
|
Algemeen begrip voor een ruimtelijk plan op wat hoger schaalniveau met als bijzonderheid dat de mogelijkheden voor daadwerkelijke verandering/ontwikkeling centraal staan.
|
x (mits belangrijke ruimtelijke component)
|
|
Positioneringsnota
|
een document dat de ambitie van een bestuurlijke eenheid (meestal gemeente) beschrijft. Meestal bedoeld om de regie op bepaalde beleidsterreinen te claimen
|
x (mits ruimtelijk van aard)
|
|
Parkeerplan
|
Technisch plan dat de genormeerde parkeerbehoefte vergelijkt met het parkeeraanbod en het feitelijke gebruik, en daar conclusies aan verbindt. Kijkt ook naar de structuur/samenhang van het parkeren
|
-
|
|
Regionaal structuurplan
|
lijkt inhoudelijk op een regionale structuurvisie maar de afspraken zijn vaak veel dwingender en bindender
|
x
|
|
Regionale structuurvisie
|
Gaat over de ruimtelijk/functionele ontwikkelingen in een regio, is meestal een breed plan.
|
x
|
|
Regiovisie
|
Breed begrip dat inhoudelijk moet worden aangevuld. Meestal gaan regiovisies over een bepaald ruimtelijk of functioneel thema.
|
x
|
|
Rekenprent
|
Wordt gemaakt ten behoeve van een planexploitatie. Hoeveel woningen (bedrijven etc) kunnen er in een gebied worden geplaatst, en wat zijn de belangrijkste kosten.
|
x
|
|
Revitaliseringsplan
|
Wordt meestal gebruikt voor bedrijventerreinen. Gaat om een niet-structurele ruimtelijk/organisatorische opknapbeurt. Is dus veel minder zwaar dan een herstructureringsplan
|
x
|
|
Ruimtelijke onderbouwing
|
Meestal een planologisch/juridische toevoeging (art 19) aan een stedenbouwkundig plan, bijna altijd achteraf (dus als het plan al af is). Soms gaat het ook om het stedenbouwkundige deel.
|
x (stedenbouwkundig deel)
|
|
Ruiterpadenplan
|
Zie fietspadenplan
|
x
|
|
Schetsontwerp
|
Een algemeen begrip voor de eerste fase van een bepaalde planvorm. In het geval van een inrichtingsplan voor de openbare ruimte moet het schetsontwwerp ook aan bepaalde eisen voldoen, in de andere gevallen is het vormvrij.
|
x
|
|
Stadsplan
|
Stadsvisie met daarbij een uitvoeringsprogramma
|
x
|
|
Stadsvisie
|
Een structuurvisie voor een stad.
|
x
|
|
Stedebouwkundige supervisie
|
Begeleiding van bouwplannen (en dus van de architecten). Het kan gaan om structurele begeleiding van de uitvoering van een stedenbouwkundig plan of een visie dat meestal door de betreffende stedenbouwkundige is opgesteld. Het kan ook gaan om een langduriger begeleiding van een bepaald individueel bouwplan. In dat geval heeft de stedenbouwkundige meestal ook een stedenbouwkundig kader of stedenbouwkundige uitgangspunten opgesteld
|
x
|
|
Stedenbouwkundig kader
|
Geeft aan aan welke functioneel ruimtelijke eisen een te tekenen bouwplan moet voldoen. Wordt ook gebruikt als toetsingskader door welstand als de welstandsnota niet van toepassing is. Er is een accentverschil met 'stedenbouwkundige uitgangspunten'. Dat is meer gericht op samenwerking van architect en stedebouwer, een 'kader' meer op toetsing.
|
x
|
|
Stedenbouwkundig plan
|
Geeft een concreet beeld van de gewenste ruimtelijke situatie in een bepaald gebied. Het is de rode tegenhanger van het landschapsplan. Het plan bestaat meestal uit een beeld (de schets) en een toelichting
|
x
|
|
Stedenbouwkundige schets
|
Meestal wordt het feitelijke planbeeld van een stedenbouwkundig plan bedoeld.
|
x
|
|
Stedenbouwkundige uitgangspunten
|
zie stedenbouwkundig kader
|
x
|
|
Stedenbouwkundige visie
|
Geeft een globaal beeld van de gewenste ruimtelijke ontwikkelingsrichting van een gebied met rode functies. Het is de tegenhanger van een landschapsvisie. Een combinatie van een stedenbouwkundige visie en een landschapsvisie wordt meestal een gebiedsvisie genoemd
|
x
|
|
Structuurplan
|
de formele versie van een structuurvisie oude betekenis. Met meer vorm- en procedureeisen. Deze planvorm gaat verdwijnen.
|
x
|
|
Structuurvisie nieuwe betekenis
|
Onder de nieuwe WRO is een structuurvisie een procedureel label dat op een plan kan worden geplakt. De inhoud kan in principe dus sterk uiteenlopen zowel qua integraliteit als gebiedsomvang. Omdat deze structuurvisie een uitvoeringsdeel moet hebben (verplicht) moeten de voorstellen in het plan in de praktijk wel altijd integraal worden afgewogen. Deze verplichting stuurt daarom het plan toch in de richting van een integrale planvorm.
|
x
|
|
Structuurvisie oude betekenis
|
Integrale planvorm die een beeld geeft van de gewenste ruimtelijk/unctionele ontwikkelingsrichting van een gebied dat fysiek of bestuurlijk begrenst is. Kenmerkend is een afweging van alle relevante belangen.
|
x
|
|
Structuurvisieplus
|
Verouderde term uit Brabant. Vormvaste structuurvisie met als verplichte onderdeel de lagenbenadering.
|
-
|
|
Supervisie
|
Zie stedenbouwkundige supervisie
|
x
|
|
Toekomstvisie
|
meestal een vorm van een gemeentelijke structuurvisie (soms ook sectoraler of gebiedsgerichter) die mogelijke ontwikkelingen verkent, zonder daarover concrete beslissingen te nemen.
|
x (mits stevige ruimtelijke component)
|
|
Toeristisch recreatief ontwikkelingsplan
|
Meestal een vrij sectoraal plan dat de toeristische ontwikkelingsmogelijkheden onderzoekt en daar een uitvoeringsprogramma aan verbindt.
|
-
|
|
Uitbreidingsplan
|
Een stedebouwkundig plan voor een locatie buiten het bestaand stedelijk gebied
|
x
|
|
Valorisatieplan
|
Gericht op de ontwikkeling van het hergebruik van een bestaand gebied of gebouw. Komt uit Belgie en wordt in zuid nederland regelmatig gebruikt.
|
x
|
|
Verkavelingsplan
|
In principe gaat het om de verdeling van een woningbouwlocatie of bedrijventerrein in kavels en openbare ruimte, inclusief de weg. Maar meestal wordt met dit plan hetzelfde bedoeld als met het begrip stedenbouwkundig plan.
|
x
|
|
Verkavelingsstudie
|
Meestal wordt hiermee het ontwikkelen van een aantal stedenbouwkundige modellen bedoeld
|
x
|
|
Verkeerscirculatieplan
|
Een techisch plan dat aangeeft hoe, langs welke routes, het verkeer in een gebied kan bewegen
|
-
|
|
Visie wonen werken
|
Verouderde term uit Gelderland. Een plan waarbij de ontwikkeling van een beperkt aantal aspecten (wonen, werken en enkele ruimlelijke aspecten) werd vastgelegd.
|
-
|
|
Wandelpadenplan
|
Zie fietspadenplan
|
x
|
|
Waterplan (gemeentelijk)
|
een beleidsnota waarin een gemeente aangeeft welke voorzieningen voor water in de komende tijd genomen moeten worden
|
|
|
Waterttoets
|
een verplichte stap in formele ro-plannen (structuurplan, straks structuurvisie, bestemmingsplan). De effecten van een plan op de watersituatie worden met het waterschap besproken en vastgelegd in een document
|
|
|
Welstandsnota
|
Hierin wordt het welstandsniveau in een gemeente vastgelegd. Het gaat om de zwaarte van de welstandstoetsing en de aard.
|
-
|
|
Wijkontwikkelingsplan
|
Een ontwikkelingsplan dat specifiek op stadwijken gericht is. Deze plannen bestrijken een grote bandbreedte van sociaal/maatschappelijke tot puur ruimtelijke aspecten waardoor ze sterk uiteenlopen qua aard.
|
x (mits ruimtelijke component)
|
|
Woonvisie
|
Functionele sectorstudie naar de gewenste woonsituatie in een gebied
|
-
|